In dit blog plaats ik elke zondag een deel van mijn boek.
Vandaag het tweede: "Deze man gaat dood".
“Deze man gaat dood”
Na die kerst veranderde de relatie met mijn vader. We leken opeens aan elkaar gewaagd. Ik vond het heerlijk om met hem in discussie te gaan over wat er speelde in de wereld maar ook dichterbij. Mijn moeder hield niet zo van die ‘felle’ gesprekken en trok zich vaak wat terug. Meestal luisterde ze, of hield zich bezig in de keuken.
Mijn vader sprak steeds meer over zijn gevoelens of wat hem dwars zat. Ik vond dat prachtig, onze gesprekken werden steeds persoonlijker en ik had het gevoel hem nu pas echt te leren kennen. Op een goed moment zei hij midden in zo’n gesprek tegen mijn moeder: “Zo heb jij mij ook nog nooit gekend he?”
Mijn vader wilde als jongeling bij de marine. Maar nog nauwelijks in zijn uniform gehesen, werd hij niet goed. Hij had een blindedarmontsteking. Tijdens de operatie hebben ze zijn milt geraakt, waardoor het herstel langer duurde. Hij is daarna nooit meer teruggekeerd in het leger.
Zijn broer en zus plaagden hem er dikwijls mee door te zeggen dat hem dat wel goed uitkwam omdat hij eigenlijk veel te bang was om in het leger te moeten vechten. Ik denk dat dat wel klopt. Een beetje een angsthaas was hij wel als het om fysieke zaken ging. Mijn moeder zei vaak: “Papa lijdt nog het meest door het lijden dat hij vreest.”
Mijn vader had wel eens wat maar sprak daar eigenlijk nooit over. Hij bleef het liefst ver uit de buurt van dokters en ziekenhuizen. Wel was hij er altijd heel duidelijk in geweest dat hij als hij ziek werd niet onnodig wilde lijden en dan liever euthanasie wilde. Hij was ook lid van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en had een niet behandel verklaring klaarliggen.
Anderhalf jaar na die kerst waarop mijn vader en ik ons openden, belde mijn vader me. Het was een mooie dag in juni, over twee weken zou hij 67 jaar worden. “Deze man gaat dood”, zei hij. Ik schrok, maar weersprak hem niet, wetend dat het zo zal zijn als hij dat zegt. Ik vroeg hem wat er was. Hij vertelde me dat hij tijdens het werk in de tuin bij mijn broer opeens naar het toilet moest en bloed poepte. Hij is toen naar de dokter gegaan die hem meteen naar het ziekenhuis stuurde voor onderzoek. De uitslag van het onderzoek was hem nu bekend. Hij had darmkanker en ze hadden hem geadviseerd zich daaraan te laten opereren.
Blijkbaar had hij er niet veel vertrouwen in. Ik heb hem niet eens meer gevraagd of er andere mogelijkheden waren, voor mij was het zo. Later bleek dat mijn broer wel graag had gehad dat hij ervoor had gekozen zich niet te laten opereren en het op een andere manier had aangepakt, waarbij hij nog wat langer in leven had kunnen blijven.
Voor zijn 67e verjaardag nodigde mijn vader de hele familie en vrienden, buren en andere kennissen uit voor een etentje in een gemoedelijk restaurant waar hij vroeger ook al kwam. Hij had iedereen verteld dat hij geopereerd zou worden en dat hij er weinig vertrouwen in had dat dat goed zou aflopen. Het was eigenlijk een soort van afscheid. Maar ook niet echt, want het kon natuurlijk ook gewoon goed gaan, ook al geloofde hij daar zelf niet in.
Twee weken na zijn verjaardag brachten mijn moeder en ik hem naar het ziekenhuis. Ik logeerde bij haar zodat ik met haar naar het ziekenhuis kon gaan. De volgende dag zou mijn vader geopereerd worden. Hij was gespannen, mijn moeder probeerde hem wat moed in te spreken. De dagen daarna leek het goed met hem te gaan en ik ging weer naar huis.
Een paar dagen later belde mijn moeder. Het ging niet goed met mijn vader. Hij had hoge koorts en was niet aanspreekbaar. Meteen ging ik naar mijn moeder om samen naar het ziekenhuis te gaan. Hij had een ontsteking en ze hielden hem in slaap zodat al zijn energie naar het helen van die ontsteking zou gaan.
De dagen daarna werd zijn buik dikker en dikker. Het zag er niet goed uit, hij was nog steeds in slaap. Ook mijn broer en schoonzus maakten zich zorgen en we maakten een afspraak om met de behandelende artsen te spreken over de situatie.
Met elkaar hadden we al besproken dat hij waarschijnlijk inmiddels zoveel schade zou hebben opgelopen, dat als hij hier nog uit zou komen, hij behoorlijk gehandicapt zou zijn. Wij wilden hem dat niet aandoen en mijn moeder al helemaal niet.
De artsen vertelden ons dat hij een ontsteking in zijn buik had en dat ze nog wilden proberen dat operatief te behandelen. Ze vertelden dat ze niet konden garanderen dat hij weer goed op zou knappen.
Wat waren we op dat moment blij dat mijn vader altijd zo uitgesproken was geweest in zijn wens om hem niet onnodig te behandelen. Mijn moeder had de niet behandelverklaring in haar tas gestopt en legde die nu op tafel. Mijn vader had hem vlak voordat hij werd opgenomen in het ziekenhuis nog opnieuw ondertekend.
En zo besloten we met elkaar om mijn vader die middag in te laten slapen omringd door zijn naasten. Ook zijn broer en zus zouden erbij zijn. Hij zou het zelf niet anders hebben gewild, daar waren we van overtuigd vanwege zijn uitgesproken mening altijd hierover.
Om twee uur hadden we afgesproken bij mijn vader te zijn. We gingen even wat eten en ondertussen waren ook mijn oom en tante aangekomen. Het voelde een beetje onwezenlijk te weten dat je vader deze middag zal sterven. Tegelijk voelde hij ook niet meer als de man die ik kende. Hij was zo enorm opgezwollen, zijn buik, zijn gezicht, zo wilde ik me hem niet herinneren.
De arts en de verpleegkundige vertelden ons wat ze gingen doen. Ze zouden de infusen en apparaten die hem nog in leven hielden, langzaamaan afkoppelen en de dosis morfine om hem in slaap te houden en de pijn te bestrijden langzaam verhogen. Ze vertelden dat het wel één of twee uur kon duren voor hij definitief zou inslapen.
We zaten met zijn allen rond het bed. We spraken niet, of over ditjes en datjes. We hadden allemaal op onze eigen manier al een soort van afscheid van hem genomen, waardoor we weinig emoties voelden toen we daar zo op zijn dood zaten te wachten.
Na ongeveer anderhalf uur vertelde de verpleegkundige dat het nu wel snel afgelopen zou zijn. En toen was het over.
We gingen met elkaar naar een andere ruimte zodat de artsen en verpleegkundigen de laatste formaliteiten en handelingen konden doen. We dronken koffie en thee en spraken met elkaar af om de volgende dag bij mijn moeder thuis dingen te regelen samen met de uitvaartondernemer.
De dagen tussen het overlijden en de uitvaart heb ik beleefd als in een roes. Ik logeerde bij mijn moeder, maar ben ook naar huis geweest waar Aernoud en de kinderen waren. Ik bereidde me voor om te spreken op de uitvaartplechtigheid. Dat deed ik door me terug te trekken en te bedenken wat mijn vader voor mij was geweest en had betekend. De man van de fabriek en de tuin, de angsthaas die ik pas anderhalf jaar voor zijn dood echt heb leren kennen.
Het afscheid was goed. Ik had er vrede mee dat hij was gegaan omdat wij elkaar zo hadden leren verstaan. Dat bracht ons dichtbij elkaar. Dat hij later in mijn dromen nog een paar keer zou verschijnen met een boodschap voor me, wist ik toen nog niet. Wel wist ik dat mijn moeder nog niet moest gaan overlijden, met haar was het nog niet klaar. Ik voelde dat ik met haar nog iets uit te zoeken had.
Reactie plaatsen
Reacties