In dit blog plaats ik elke zondag een deel van mijn boek.
Vandaag de eerste.
De opening
Kerst 1996
De familie Postema kwam elk jaar met kerst bij elkaar voor het traditionele kerstmaal met kalkoen. Mijn vader was net met pensioen. Ik was 37, getrouwd en moeder van twee kinderen, Marieke en Rogier. We woonden in Leusden en ik werkte als adviseur bij een groot ingenieursbureau.
In zijn werkende leven was mijn vader procuratiehouder bij de suikerfabriek in Hoogkerk, mijn geboortedorp. We woonden in mijn jeugd onder de rook van de fabriek in de vroegere woning van de onderdirecteur. Het huis was groot, met een grote tuin, een moestuin en een boomgaard. Mijn broer, die drie-en-een-half jaar jonger is dan ik, struinde elke dag over het fabrieksterrein op zoek naar materiaal om mee te prutsen. Ik hielp na schooltijd mijn moeder vaak in de keuken, of keek bij mijn vader in de tuin.
Vanuit zijn werk had mijn vader veel contact met boeren. Boeren die de bietenpulp kochten als veevoer. Die bietenpulp werd meestal gedroogd en in brokjes verpakt, maar als de pulpdroger stuk was, hij vloog wel eens in de brand, dan werd de natte pulp tegen lage prijs verkocht. Misschien was het wel gratis op te halen. Die natte pulp, dat regelde mijn vader. Tegen de kerst werd hij daar ruimschoots voor bedankt. We kregen elk jaar een overdaad aan kerstpakketten, dikke rollades en een paar kalkoenen.
Omdat we zo’n groot huis hadden, kwamen mijn opa en oma, ooms en tantes en neefjes en nichten van mijn vaders kant bij ons Kerstmis vieren. De kinderen leefden zich uit op zolder en de volwassenen dronken een glaasje totdat de kalkoen op tafel kwam. Mijn moeder was daar dan al een paar dagen druk mee geweest. Ze vulde de kalkoen met tutti frutti en braadde hem in de oven. Om het vlees lekker smeuïg te krijgen, lepelde ze er regelmatig braadvet overheen. Na afloop gingen de botten op de voedertafel, waar vooral meeuwen er zich te goed aan deden.
Het was altijd wel gezellig, maar ik hield er niet van als mijn vader met een paar borreltjes op steeds spraakzamer werd. Hij kletste dan maar wat en wilde graag discussie voeren over politiek en de toestand in de wereld of de Tweede Wereldoorlog, ook met mensen die daar niets mee hadden. Ik probeerde hem wel na twee glaasjes te stoppen door de fles wat verder weg te zetten, maar echt helpen deed dat niet.
Toen ik de vader van mijn kinderen leerde kennen, mocht ik in de kerstvakantie met hen mee naar Zwitserland om te gaan skiën. Ook gingen we wel met vrienden. Ik vond het fijn met kerst niet meer bij het kerstmaal met de familie te hoeven zijn.
Maar dit jaar gingen we niet op vakantie met kerst. Mijn opa en oma waren er ondertussen ook al niet meer en ooms en tantes vierden kerst met hun eigen gezinnen. Dus was er het kerstmaal met mijn ouders, mijn broer met zijn gezin en wij. Mijn ouders waren inmiddels verhuisd naar een huis in de geboortestreek van mijn vader. Iets kleiner maar ruim genoeg voor het kerstmaal.
Mijn vader was er trots op dat hij al die jaren gespaard had en het huis met slechts een hele kleine lening van de fabriek had kunnen kopen. Hij vond dat je geen geld moest uitgeven wat je niet had. Hypotheken en leningen, daar was hij niet van.
We zaten gezellig met elkaar aan de koffie.
Mijn vader dronk inmiddels geen glaasjes meer omdat zijn gezondheid dat niet meer toeliet, toen hij erover begon dat wij er maar wat op los leefden.
Ik geloof dat we net een nieuwe auto hadden en ja, we hadden een huis met hypotheek en gingen elk jaar in de zomer op vakantie en dit jaar nu eens niet op ski-vakantie. Wellicht was dat de aanleiding voor het gesprek over de manier waarop we leefden en met ons geld omgingen.
De uitspraak van mijn vader dat we er maar wat op los leefden, schoot bij mij totaal in het verkeerde keelgat.
Voor het eerst in mijn leven werd ik boos op mijn vader.
Ik stond op en zei dat hij zich niet langer moest bemoeien met de manier waarop wij ons geld besteedden.
Boos banjerde ik de besneeuwde tuin in. Ik schrok van mezelf.
Ik was altijd vrij stil en sprak me nooit zo uit. Deze keer was het duidelijk anders, ik ging voor mezelf staan en dat voelde best lekker.
In de sneeuw bekoelde mijn woede snel. Na enkele minuten ging ik weer naar binnen.
Toen ik de kamer binnenstapte keek mijn vader me aan met een blik die ik nooit meer vergeet. Een trotse blik, met een grijns om zijn mond en stralende, samengeknepen oogjes.
Ik lachte terug.
We hadden elkaar voor het eerst echt gezien.
Tot dan was ik vrij gesloten geweest. Stil, volgzaam en braaf. Maar nu was het blijkbaar genoeg geweest. Ik opende mij naar mijn vader en mijn vader opende zich naar mij.