In dit blog plaats ik elke zondag een verhaal uit mijn boek.
Vandaag het zesde deel: Het leven als zelfstandige vrouw
Het leven als zelfstandige vrouw
Op mijn 41e was ik zelfstandig ondernemer, gescheiden en moeder van twee prettige pubers, eigenaar van een huis met een hypotheek. Druk bezig mezelf opnieuw uit te vinden in een leven op eigen benen. Ik vond dat best moeilijk.
Ik had niet meteen werk nadat ik me zo ferm had ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Iemand vroeg me of ik een jaar lang op detacheringsbasis voor hem wou werken voor milieuprojecten bij een gemeente. Ik vond dat wel een aardig aanbod, maar ik had nu een stap gezet naar ‘ontwikkeling van mens en organisatie’ en wilde niet weer een stap terugzetten. Zelfs niet als dat me de garantie voor een jaar inkomen bood.
Heel veel kon ik me echter niet permitteren met mijn drie maanden financiële reserve. Toen kwam ik in de stad op straat een man tegen die ik nog kende van mijn eerdere werk.
“Ha Cora, hoe gaat het?” vroeg hij.
Ik antwoordde dat ik ontslag had genomen en nu voor mezelf was begonnen en dat ik werk zocht.
Hij glimlachte en zei: “Dan heb ik wel wat voor je. We moeten vanaf september een Platform arbeidsmarktbeleid opzetten en ik denk dat jij dat wel kan.”
Tada, de Pippi Langkous in mij sprong een gat in de lucht. Dus ik zei “Ja”.
Maar het was pas juni en mijn reserves waren bijna op.
De volgende dag ging ik naar een uitzendbureau voor werk in de tussenliggende periode. Het was een klein bureau, ik kende het niet eens.
Ik vertelde de medewerkster dat ik wat zocht en wat ik daarvoor gedaan had.
“Oh, dan wil ik je graag voorstellen bij het Aeromedisch Instituut in Soesterberg, daar zoeken ze iemand voor de begeleiding van het logistieke proces van de vliegmedische keuringen.”
En daar kwam Pippi Langkous weer naar boven en ik zei “Ja”.
Ik ging kennismaken en mocht blijven. Die hele zomer fietste ik elke dag door het bos naar het werk. Een uur heen en een uur terug. Elke dag mooi weer, ik genoot van de natuur. Het voelde als vakantie!
In september begon ik met mijn klus voor het toenmalige samenwerkingsverband van gemeenten Gewest Eemland. Daar hadden verschillende gemeenten rondom Amersfoort gemeentelijke taken ondergebracht om gezamenlijk uit te voeren.
Eén van die taken was het oprichten van een Platform Arbeidsmarktbeleid.
Ik legde contacten met verschillende organisaties op gebied van werk en inkomen, sociale diensten en bedrijven om hun behoeften te inventariseren.
Door het hele land werden dergelijke Platforms opgezet en ik had veel contact met ‘collega’s’ van andere samenwerkingsverbanden. Heerlijk om me op deze manier weer in een heel ander onderwerp te kunnen verdiepen.
Het was de bedoeling dat ik het na ongeveer een half jaar over zou dragen aan een nog aan te nemen ‘arbeidsmarktcoördinator’.
Prima, want ik vind het leuk dingen op te starten en neer te zetten en het dan weer los te laten zodat ik me weer kan gaan bezighouden met iets anders.
Dat andere diende zich binnen dezelfde organisatie al heel snel aan in de vorm van een LOP, een Landschaps Ontwikkelings Plan. Dat project was al opgestart door een collega en ik kwam terecht in een landelijk netwerk van gebiedsontwikkeling.
Het LOP werd een opstap naar het volgende project: het opzetten van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland. De provincie Utrecht was hiervoor de opdrachtgever.
Tijdens het sollicitatiegesprek verbaasde ik me erover dat ze mij hiervoor vroegen. Dit was best een groot project, waarbij een visie, uitvoeringsprogramma en een uitvoeringsorganisatie moesten worden neergezet met draagvlak van alle partijen en oog voor hun belangen in het gebied.
Ik zei dat ik geen verstand had van ‘natuur’, niet van ‘landbouw’, niet van ‘landschap’ en niet van ‘waterbeheer’.
“Ja, en juist daarom willen we jou hier graag voor hebben”, was hun reactie.
Weer dat vertrouwen van een opdrachtgever in mij wat maakte dat ik “Ja” zei.
Zij zagen iets in mij wat ik zelf nog onvoldoende zag.
Tegelijkertijd kreeg ik ook nog een andere klus. Ik mocht voor een andere provincie twee jaar lang tien trainees begeleiden. Dat deed ik in opdracht van een organisatie die zich bezighield met opleidingen en cursussen voor mensen die werken bij de overheid. Gemeenten, provincies, landelijk.
Ik werkte samen met collega’s die trainer waren, coach, of ervaring hadden als wethouder, of wetenschapper op het gebied van openbaar bestuur. Samen deden we ook aan intervisie en interne opleiding.
Ik vond het prachtig om op deze manier kennis op te doen van de overheid, bureaucratie, politiek bedrijven en openbaar bestuur.
In mijn werk bij het ingenieursbureau had ik hier wel altijd mee te maken gehad, maar dan langs de zijlijn, als iets wat er ook was. Iets waar ik vaak mijn vraagtekens bij plaatste als het om het horen en de stem van de mensen die het betrof ging. Voor die vraagtekens was geen ruimte, ik wilde niet steeds een stoorzender zijn.
Nu raakte ik meer midden in dat systeem dat moest uitvoeren wat democratisch besloten was, of wat die democratische processen moesten stroomlijnen.
In het begeleiden van de net afgestudeerde en supergemotiveerde trainees viel mij iets op in de ambtelijke organisatie.
Een groot deel van de mensen die er werkten, werkten er al lang. Ze hadden alles wat voorbijkwam al eens eerder voorbij zien komen en verzetten zich tegen verandering, want dat had in hun ogen toch geen zin.
Ze deden gewoon het minimale van wat ze moesten doen en lazen de krant, dronken koffie en verheugden zich op het weekend, de vakantie of hun pensioen.
En daar komt er dan zo’n stel jonge honden die vinden dat het anders moet.
Op de intranetpagina hadden ze gezet: “Als we de helft van de mensen die hier werken naar huis sturen, kan er veel beter worden gewerkt.”
Dat was misschien wel waar, maar ze bereikten er niets mee. De hakken van de gevestigde orde gingen nog meer in het zand.
Het boeide mij dat deze mensen in feite hun leven uit zaten te zitten, terwijl ze andere mensen tegenhielden om hun leven te leiden.
Bij mij riep dat de vraag op: “Wat zou ik kunnen doen om ervoor te zorgen dat mensen zo rond hun veertigste kiezen voor leven in plaats van overleven.”
Ik genoot ervan hoe ik dit werk zo allemaal kon doen. Ik verdiende als zelfstandige met minder uren werk veel meer geld dan in loondienst. Ik leerde allemaal nieuwe dingen en kwam in heel verschillende werelden.
Ik genoot van de vrijheid die het leven me op dat moment bood. Dat was in schril contrast met die in mijn ogen ‘verzuurde’ ambtenaren in dat provinciehuis. Ik wilde hen ook bevrijden opdat ook die jonge trainees de ruimte zouden
Reactie plaatsen
Reacties